In Zwemmen & trainingsleer

Te snel starten. Is het enthousiasme, adrenaline of opportunisme?

Trap je altijd in dezelfde valkuil? Je neemt je voor om rustig te starten, maar uiteindelijk vertrek je toch weer te snel. Is het je enthousiasme? Speelt de adrenaline mee? Of is het gewoon opportunisme (“maar deze tijdswinst heb ik al mooi in the pocket”)?
Het is begrijpelijk, want als je net begint zijn je spieren uitgerust en ben je nog niet buiten adem. Logisch dat een hoog tempo makkelijk voelt.

De vraag is of snel starten ook het snelste eindresultaat geeft. Bij de bikkeltraining zwom elke zwemmer een 400 meter op tijd, zo hard mogelijk, met tussentijden per 100 meter.

Op dinsdag zwom Mirjam deze tijden: 1.39 – 1.47 – 1.48 – 1.51 (eindtijd 7.05)

Op zich een prima verdeling, beetje verval, maar niet dramatisch.

Op donderdag was ze er weer en ze wilde nog wel een keer meedoen. Maar dan rustiger starten.
Dit waren de tijden van de donderdag: 1.42 – 1.43 – 1.45 – 1.43 (eindtijd 6.53)

Drie seconde langzamer gestart, maar dat levert een veel constanter tweede deel op en een 12 seconde snellere eindtijd.

Uiteraard, dit is 1 case, en uit n=1 kun je nooit conclusies trekken. In de sportleer wordt gesproken van een ‘negatieve split’. Ofwel, de tweede helft van de afstand gaat in een snellere tijd dan de eerste helft. Misschien interessant om ook zelf eens te proberen om een andere indeling van je race te kiezen. Bewust ingehouden starten om vervolgens sneller te finishen?

Laatste nieuws

Leave a Comment

0
X