In Borstcrawltechniek, Zwemmen & trainingsleer

Een zwemtrainer herkent het gebrek aan proprioceptie als na (herhaaldelijke) uitleg de zwemmer licht gefrustreerd roept “maar dat doe ik toch!?” terwijl dat niet zo is. Er is een mismatch tussen gevoelde en daadwerkelijk uitgevoerde beweging.

Proprioceptie

Bij sporten is het lastig om in te schatten wat je nu precies aan het doen bent. Bij zwemmen is dat nog een stukje lastiger, door een horizontale ligging en water om je heen. Je hebt wel een beeld in je hoofd. Maar of dat klopt met de werkelijkheid is de vraag. Als je nooit feedback krijgt op je zwemtechniek, dan sluipen er allerlei foutjes in, die aanvoelen als ‘normaal’ zwemmen.

Voor zwemtrainers is het interessant hoe nauwkeurig iemands vermogen is tot proprioceptie. Dat betekent of iemand goed in staat is om de positie van het eigen lichaam en de lichaamsdelen in te schatten.

Voorbeeld: Insteken voor je schouder

Het allerlastigst blijkt bij het zwemmen het bepalen van de positie van het insteken. De correcte manier is dat je recht voor je schouder blijft, met insteken en doorglijden. Dan zit je meteen op de juiste plek om de doorhaal efficiënt te starten:

 

Wat vaak gebeurt is dat een zwemmer te veel door zwaait en daardoor te ver naar binnen insteekt. De hand kruist voorlangs. Inderdaad is dit ook recht voor de schouder, maar dan de verkeerde schouder ????:

 

Het effect is dat het lichaam scheef komt te liggen. En bij het ademen geeft de hand op die plek onvoldoende stabiliteit waardoor de beenslag compenseert door ver uiteen te gaan (= extra weerstand):

 

Om tot de juiste positie voor het insteken te komen moet de hand dus zeker 30 centimeter meer naar buiten blijven:

 

Makkelijker gezegd dan gedaan, want voor de zwemmer voelt de huidige positie van insteken comfortabel én op de juiste plek voor de schouder. Als trainer kun je hierover in discussie gaan, maar het makkelijkst is om de zwemmer te laten zien wat hij doet: maak een filmpje.

Oplossingen om voorlangs insteken te verminderen

  1. Zwem met een zwemmerssnorkel. Dan kun je beter bij jezelf monitoren hoe de beweging gaat.
  2. Hou (in dit geval van het voorbeeld) de rechterarm voor en zwem alleen met de linkerarm. Pak een plank in de rechterhand en laat deze naar binnen wijzen. De linkerhand moet met het insteken daar nu wel buiten blijven.
  3. Bedenk dat de juiste positie waarschijnlijk heel breed voelt. Film om aan te tonen dat bij breed voelen je wel op de juiste plek zit. Zo koppel je het gevoel dat het verkeerd zit aan het beeld dat het goed gaat. En dan kan het verstand besluiten dat het beeld gelijk heeft.

Check met beeld

Check regelmatig of je gevoel van zwemmen klopt met de werkelijkheid. Het is niet voor niets dat we bij Zwemanalyse in de borstcrawlcursus standaard een video opname en persoonlijke video analyse hebben. Of kom even een check-up doen bij een zwemanalyse van twee uur.

 

Laatste nieuws

Geef een reactie

8 − 1 =

0
X